Afgelopen maandag (11 juli) ben ik aanwezig geweest in Theater Castellum bij de persconferentie waarin de onderzoeksresultaten van het schietdrama van 9 april in de Ridderhof werden gepresenteerd. In het theater waren twee zalen hiervoor beschikbaar. De kleine zaal was ingericht voor de nabestaanden en slachtoffers van het schietdrama. In de grote zaal konden de winkeliers, omwonenden, hulpverleners en raadsleden plaatsnemen.
Inmiddels heeft iedereen uitgebreid in de media kunnen volgen wat de uitkomsten van de onderzoeken zijn geweest. Een kop ‘Politie had schietdrama kunnen voorkomen’ geeft wel een heel oppervlakkig beeld van de werkelijkheid. Gelukkig heb ik ook artikelen gelezen en RTV-bijdragen gehoord die het resultaat waren van een stuk evenwichtiger verslaggeving.
Los van wat uit de onderzoeken is gekomen, bleven mij twee opmerkingen bij. Een meisje dat in de Ridderhof werkt, vroeg zich hardop af waarom zij na de schietpartij door hulpverleners door het winkelcentrum heen naar buiten was gebracht. Het beeld van de gewonden en de doden, waar ze overheen had moeten stappen, kon ze maar niet kwijtraken. De verklaring was dat de Ridderhof zo snel mogelijk moest worden ontruimd omdat in de kofferbak van de auto van Tristan een brief was gevonden. Er zou nog een bom liggen in onder andere de Ridderhof. Het meisje had hier wel begrip voor; maar toch, ze kon de beelden maar niet kwijtraken. Een hulpverleenster, waar ik naast zat, vertelde mij dat vooral door scholieren nog problemen worden ervaren. Die zijn tijdens hun zaterdagbaantje met deze verschrikkelijke gebeurtenis geconfronteerd.
Ook ligt er nog steeds een vrouw in het ziekenhuis. Zij zal nooit meer een normaal bestaan kunnen leiden.
En dan de ouders van Tristan…
Ik hoop dat al deze mensen onderdeel van ons gebed zijn en ook zullen blijven.
Matthijs Kortleven